Maand: december 2018

De geschiedenis van de schaats – deel 1

Glissen

De allereerste schaats was weliswaar een zeer primitieve schaats, de glis genaamd. Hierbij werden geslepen dierenbotten onder de voeten gebonden, en op deze manier gleed men over het ijs.

Een glis werd voorzien van gaten en werden met palingvellen of pezen bevestig aan de voeten.

De schaatstechniek zoals we die nu kennen kon hiermee nog niet worden uitgevoerd, dus men gebruikte stokken met punten eraan om zichzelf voort te bewegen. Ook werd wel eens gebruik gemaakt van de wind om vooruit te komen.

Dit allereerste en primitieve type schaats, zijn op vele plekken in Europa opgegraven. De oudst bekende schaats stamt uit het verre verleden, en is zo’n 4000 jaar oud. Ze is gevonden in de omgeving van Bern gelegen in Zwitserland.

Op een houtsnede van Johannes Brugmans genaamd Lidwina’s val” is het eerste duidelijke beeld van een schaatser waar te nemen.

Middeleeuwen

In de middeleeuwen ontwikkelde de primitieve schaats zich tot een stevige constructie met een ijzeren mes. Hierop kon men zich in die tijd zeer snel voortbewegen. Het was wellicht in die tijd een van de snelste manieren van verplaatsing.

Competitie

In vrij rap tempo ontwikkelde de schaats zich door van vervoersmiddel tot recreatief gebruik, met competities als einddoel. De Engelse aardsbisschop Thomas Becket omschreef rond 1180 na Christus bijvoorbeeld al dat twee personen op schaatsen in volle vaart op elkaar afrennen, bij wijze van wedstrijdje.

Cornelis IJnzes van Cubaard is een van de eerst bekende hardrijders. Hij won rond 1800 na Christus de kortebaanwedstrijd gehouden in Sneek. De prijs? Een zilveren tabaksdoos.

Wedstrijden waren in die tijd enkel voorbehouden aan mannen. Pas veel later mochten ook vrouwen meedoen aan de competities.

Friese doorloper

De Friese doorloper is een houten schaats met een ijzer welke doorloopt tot het einde van het houtje dat onder de schoen gebonden wordt. Dit in tegenstelling tot de tot dan toe gangbare schaats, waarbij het ijzer eindigde onder het midden van de hak.

Dit type schaats werd rond 1875 ontwikkeld en was een enorm succes. Lange afstanden waren op de Friese doorloper veel effectiever te schaatsen. Tegenwoordig wordt de Friese doorloper nog steeds veel gebruikt door schaatsers. Echter is dit een moderne variant, uitgevoerd in kunststof.

Carve schaats

In 1879 deed de Carve schaats, ook wel Mount Charles-schaats genoemd, zijn intrede. Deze schaats, bedacht door Captain Dowler, was aan de uiteinden aanzienlijk dikker dan het middenstuk. Het idee hierachter was dat een groter gedeelte van de schaats contact had met het ijs. Dit zou het draagvlak moeten vergroten, en de wrijving kleiner.

Ondanks het voordeel dat met dit type schaats de bochten beter en sneller genomen konden worden, wat voor kunstschaatsen een aanzienlijk voordeel is, werd de Carve schaats geen doorslaand succes.