De uitrusting deel 1

Prestatie boven comfort

Skeelers of speed skates zijn speciaal ontworpen zodat de speed skater zeer hoge snelheden kan behalen over lange afstanden. Je skate immers in competitievorm en alles draait hierbij om presteren. De juiste uitrusting is hierbij een belangrijke factor, en het vermogen om hoge snelheden over lange afstanden te behalen, staat in dit geval boven het comfort van de skeelers.

De wielen

Zorg er bij de aanschaf van speed skates voor dat je de juiste wieldiameter kiest, gebaseerd op grootte en omstandigheden. Er zijn namelijk meerdere omstandigheden welke invloed kunnen hebben op de keuze voor een specifiek wiel. Denk hierbij aan een natte ondergrond, een indoor baan of outdoor gebruik.

Wat betreft de diameter van het wiel van een speed skate, zit dit tussen de 90 en de 125 millimeter. Dit is vrij groot, wat het gemakkelijker maakt om hoge snelheden te behalen en een stabiel gevoel te creëren.

De breedte van een speed skate wiel is daarentegen smal. Op deze manier wordt onnodige frictie met de ondergrond voorkomen. Ook de hardheid van het wiel speelt mee in het tot een minimum verlagen van de frictie. De hardheid wordt ook wel durometer genoemd, en ligt bij een speed skate wiel vrij hoog. Ook hierbij geldt, hoe harder het wiel, des te minder frictie met de ondergrond.

Belangrijk aspect van de wielen zijn tevens de lagers. Zij hebben namelijk veel invloed op de manier en soepelheid van draaien van het wiel. De soepelheid van het draaien van een lager wordt weergegeven in een ILQ of ABEC schaal. Zij geven de precisie weer van de lager. Hierbij geldt: Hoe hoger de ILQ/ABEC waarde, des te gemakkelijker een lager draait. Dit betekend minder weerstand bij het skaten met als gevolg hogere snelheden.

Daarnaast zijn de lagers van speed skate wielen meestal open. Dit vermindert eveneens de weerstand. Een nadeel hiervan is echter wel dat er sneller vuiligheid in de lagers komt. Dit vergt dus een goed en regelmatig onderhoud door de gebruiker.

De boots of schoenen

De voornaamste kenmerken van een speed skate schoen zijn:

  • Een lage cuff.
  • Een stijve schoen.
  • Een strakke fit.
  • Lichtgewicht materiaal.

De lage cuff geeft de skater voldoende ruimte om de rol en techniek te vergemakkelijken.

Om een maximale krachtverplaatsing te verkrijgen is de boot vrij stijf van materiaal en is een strakke fit noodzakelijk. De strakke fit bevorderd tevens de controle over de skeeler.

Het gewicht van de skeeler heeft logischerwijs een grote invloed op de prestatie van de beoefenaar.

Over het algemeen zijn de boots van een professionele speed skate vervaardigd uit Carbon. Dit is een zeer lichtgewicht maar toch sterk materiaal, met als grootste voordeel dat door middel van verwarming een perfecte fit verkregen kan worden.

Tactieken en technieken

Skate techniek

Wanneer we kijken naar de techniek van inline-speedskaten, zien we dat het erg veel lijkt op de beweging bij langebaanschaatsen. Toch zijn er een aantal verschillen welke met name voortkomen door een verhoogde wrijving.

Double push

Omdat de double push techniek zeer intensief is en veel energie vergt van de inline-skater, wordt ze voornamelijk toegepast op korte afstanden. Zoals de naam al doet vermoeden, wordt telkens twee keer afgezet binnen één slag. Op deze manier kunnen zeer hoge snelheden worden behaald.

Peloton

Deze tactiek binnen het speedskaten lijkt op het rijden in een peloton bij wielrennen. Individuele speedskaters vormen een groep, zodat ze op lange afstanden zo min mogelijk wind vangen. Elke speedskater zal hierbij een keer de koppositie pakken om het zo eerlijk mogelijk te verdelen.

Vanuit het peloton worden aanvallen gedaan. Hierbij proberen één of meerdere rijders te ontsnappen uit het peloton. Dit kan erg belangrijk zijn bij korte rondes, gezien een ronde voorsprong een vrij veilige marge geeft.

Een taak binnen de ploeg

Tevens vergelijkbaar met wielrennen, is de taakverdeling welke binnen een ploeg ontstaat. Daarbij blinken veelal één of twee speedskaters uit, en zijn goed genoeg om te winnen. De andere ploegleden zorgen er voor dat deze twee rijders zo lang mogelijk in de buurt kunnen skaten van de andere favorieten. Deze tactiek heeft sinds het speedskaten commercieel is geworden, een duidelijke opmars gemaakt.

Remtechnieken

Er zijn verschillende remtechnieken bij het inline-skaten mogelijk. Hieronder volgt een korte opsomming.

  • De blokrem of hielstop. Hierbij is een rubberen blokje bevestigd onder de skateschoen. Het been wordt bij deze techniek naar voren gestoken en tegelijkertijd wordt druk uitgeoefend op het rubberen blokje. Door de vreemde houding is dit een erg gevaarlijke remtechniek.
  • De sleepstop is een techniek waarbij de inline-skate onder een hoek van 90 graden achter het standbeen wordt gesleept. Logischerwijs slijten de wielen van de skate hier enorm snel door. Het is echter wel een zeer effectieve manier om binnen korte afstand tot stilstand te komen.
  • De valse-startstop of schaatsstop is een rembeweging welke bekend is bij schaatsen. Ze maken gebruik van deze remtechniek wanneer er sprake is van een valse start. De inline-skates worden hierbij om en om naar binnen geplaatst.
  • De bermstop of grasstop houdt feitelijk niets meer in dan, om van de weg af, de berm of het gras in te rijden. Begrijpelijk leidt dit erg gemakkelijk tot een val.
  • Bij de power-slide, ook wel Cess-slide genoemd, wordt vanuit de sleepstop een draai gemaakt van 90 graden, waarbij de inline-skater abrupt stilstaan. Deze remtechniek vergt dan ook een zeer goede vaardigheid.
  • Bij een draaistop wordt door te draaien tot stilstand gekomen. Deze manier van remmen is ten strengste af te raden bij hoge snelheden.

Schaatstermen – deel 1

Zoals iedere sport zijn eigen jargon kent, heeft ook schaatsen zijn eigen termen. Hieronder een lijst met de meest gebruikte termen binnen de schaatswereld.

De 600 meter wisselslag

Bij de 600 meter wisselslag worden de eerste 200 meter gereden met beide handen op de rug. De 200 meter daarna worden met een arm los gereden en de laatste 200 met beide armen los.

Harken

Met harken wordt het schaatsen met veel kracht bedoeld. Dit gaat echter gepaard met een slechte techniek en is dus niet erg effectief.

Kattenrug

Onder het rijden met een kattenrug wordt de houding van de schaatser aangeduid. Hierbij wijst het stuitje van de schaatser naar het ijs, waardoor de bekken achterover kantelen en de rug bol wordt. Net als een kat in de aanvalshouding. Deze houding wordt als zeer gunstig bestempeld.

Verzamelen

Deze term geeft het proces van een zijwaartse bijhaal aan, met als resultaat dat het vlak van het bijhaalbeen evenwijdig is aan het vlak van het afzetbeen. Daarnaast bevindt de knie van het bijhaalbeen zich achter de knie van het afzetbeen.

Van de schaats vallen

Wanneer nog voor het strekken van het been het lichaamsgewicht van de afzetschaats gehaald wordt, wordt de term “van de schaats vallen” gebruikt.

Recreatief schaatsen en skeeleren

Schaatsen is uitgevonden, omdat mensen zich over natuurijs wilden verplaatsen. Tegenwoordig gaan mensen schaatsen voor hun plezier of als sport. Als er in de winter natuurijs is, wordt dit door

veel gezinnen bezocht. Het gebeurd echter steeds minder vaak dat het hard genoeg vriest om een veilige ijsbaan te hebben. Er zijn overdekte kunstijsbanen waar het hele jaar door geschaatst kan worden. Toch lijkt een schaatsbaan in de buitenlucht veel meer recreatie schaatsers te trekken. Veel gemeentes maken daarom een ijsbaan op een plein zodat er toch buiten geschaatst kan worden. Vooral voor kinderen is dit een gezellig uitje, waarbij er vaak muziek en kraampjes met warme chocolamelk aanwezig zijn.

Als zomerse variant van de schaats is de skeeler uitgevonden waarbij de ijzers vervangen zijn door wieltjes. Op deze manier konden topsporters in de zomer trainen voor de schaatswedstrijden.

Vandaag de dag zie je vooral veel kinderen en jongeren gebruik maken van skeelers op straat, maar er zijn ook skeelerclubs waar fanatiek geskeelerd wordt.

Wanneer je nieuwe schoenen koopt, is het belangrijk om de juiste maat te hebben zodat je geen last van je voeten of rug krijgt. Bij schaatsen en skeelers is dit minstens zo belangrijk. Hierbij dient ook rekening te worden gehouden met de steun die de schaats en skeeler aan de enkels geeft. De enkels hebben gevoelige drukpunten, wat dit deel van de schaats en skeeler belangrijk maakt. Om lekker te kunnen bewegen, moet het goed aansluiten maar zeker niet te strak zitten. Het is raadzaam om skeelers en schaatsen te passen voordat je ze koopt. Een gewone schoen wordt vaak nog wat uitgelopen, maar een schaats en skeeler moeten direct goed zitten. Om deze rede zijn de schaatsen en skeelers veelal gemaakt van materialen die door warmte vervormd kunnen worden waarna deze precies aansluit op de vorm van de voet en enkel.

Er zijn verschillende soorten schaatsen die gebruikt worden voor verschillende doeleinden:

  • Kinderen die net leren schaatsen doen dat over het algemeen op schaatsen met dubbele ijzers zodat ze minder snel omvallen.
  • Kunstschaatsen zijn geschikt om korte afstanden mee te schaatsen en te dansen op het ijs. De schaats is ontworpen voor de soepelheid van de bewegingen. Op de punt zitten tanden
  • die
    bedoeld zijn voor het landen bij het maken van sprongen.
  • Bij ijshockeyschaatsen is flexibiliteit en snelheid van essentieel belang, daarom zijn de ijzers van deze schaatsen rond en hol geslepen waar nodig. Daarnaast moet de schaats stoten kunnen opvangen. De hoge schoen is gemaakt van dik en stevig materiaal ter bescherming van de voet en enkel. IJshockeyschaatsen worden vooral door mannen gedragen en hebben over het algemeen een stoere uitstraling.
  • Noren zijn in het bijzonder geschikt voor toertochten. Typerend voor noren zijn de lange ijzers. Noren zijn verkrijgbaar in lage en hoge modellen. De hoge modellen zijn geschikt voor ervaren schaatsers die een snelheid maken waarbij hun enkels in bochten het ijs raakt. De lagere Noor ligt stabieler op het ijs en derhalve meer passend voor onervaren schaatsers.

De geschiedenis van de schaats – deel 1

Glissen

De allereerste schaats was weliswaar een zeer primitieve schaats, de glis genaamd. Hierbij werden geslepen dierenbotten onder de voeten gebonden, en op deze manier gleed men over het ijs.

Een glis werd voorzien van gaten en werden met palingvellen of pezen bevestig aan de voeten.

De schaatstechniek zoals we die nu kennen kon hiermee nog niet worden uitgevoerd, dus men gebruikte stokken met punten eraan om zichzelf voort te bewegen. Ook werd wel eens gebruik gemaakt van de wind om vooruit te komen.

Dit allereerste en primitieve type schaats, zijn op vele plekken in Europa opgegraven. De oudst bekende schaats stamt uit het verre verleden, en is zo’n 4000 jaar oud. Ze is gevonden in de omgeving van Bern gelegen in Zwitserland.

Op een houtsnede van Johannes Brugmans genaamd Lidwina’s val” is het eerste duidelijke beeld van een schaatser waar te nemen.

Middeleeuwen

In de middeleeuwen ontwikkelde de primitieve schaats zich tot een stevige constructie met een ijzeren mes. Hierop kon men zich in die tijd zeer snel voortbewegen. Het was wellicht in die tijd een van de snelste manieren van verplaatsing.

Competitie

In vrij rap tempo ontwikkelde de schaats zich door van vervoersmiddel tot recreatief gebruik, met competities als einddoel. De Engelse aardsbisschop Thomas Becket omschreef rond 1180 na Christus bijvoorbeeld al dat twee personen op schaatsen in volle vaart op elkaar afrennen, bij wijze van wedstrijdje.

Cornelis IJnzes van Cubaard is een van de eerst bekende hardrijders. Hij won rond 1800 na Christus de kortebaanwedstrijd gehouden in Sneek. De prijs? Een zilveren tabaksdoos.

Wedstrijden waren in die tijd enkel voorbehouden aan mannen. Pas veel later mochten ook vrouwen meedoen aan de competities.

Friese doorloper

De Friese doorloper is een houten schaats met een ijzer welke doorloopt tot het einde van het houtje dat onder de schoen gebonden wordt. Dit in tegenstelling tot de tot dan toe gangbare schaats, waarbij het ijzer eindigde onder het midden van de hak.

Dit type schaats werd rond 1875 ontwikkeld en was een enorm succes. Lange afstanden waren op de Friese doorloper veel effectiever te schaatsen. Tegenwoordig wordt de Friese doorloper nog steeds veel gebruikt door schaatsers. Echter is dit een moderne variant, uitgevoerd in kunststof.

Carve schaats

In 1879 deed de Carve schaats, ook wel Mount Charles-schaats genoemd, zijn intrede. Deze schaats, bedacht door Captain Dowler, was aan de uiteinden aanzienlijk dikker dan het middenstuk. Het idee hierachter was dat een groter gedeelte van de schaats contact had met het ijs. Dit zou het draagvlak moeten vergroten, en de wrijving kleiner.

Ondanks het voordeel dat met dit type schaats de bochten beter en sneller genomen konden worden, wat voor kunstschaatsen een aanzienlijk voordeel is, werd de Carve schaats geen doorslaand succes.

De geschiedenis van de schaats – deel 2

Hoge Noor

De ontwikkeling van de Hoge Noor vond niet heel lang na de uitvinding van de Friese doorloper plaats. In Noorwegen werd ontdekt dat voor een optimale stabiliteit, het mes van de schaats beter in een ronde buis gemonteerd kon worden. Hier ontleent dit type schaats dan ook zijn naam aan.

Naast een vaste schoen bestaat de Hoge Noor uit potten, een voetplaat, een teensteun, een felsrand, een schenkel en een buis. Ondanks het stabiele ontwerp van de Hoge Noor, duurde het nog tot halverwege de jaren vijftig voordat de Noor het aan populariteit won van de Friese doorloper.

De belangrijkste doorbraak in het populair worden van de Noor vond plaats in 1954. Om precies te zijn op 10 februari tijdens de viering van het 75-jarig jubileum van ijsvereniging Thialf in Heerenveen. Tijdens de schaatswedstrijd tussen Gerard Maarse, Arne Johhansson en hun tegenstanders, werd het verschil tussen de twee schaatstypen pijnlijk duidelijk. Waar Maarse en Johhansson op hun Noren als een speer gingen, konden hun tegenstanders op de modernste Friese doorlopers hen gewoonweg niet bijhouden.

Het verlies aan populariteit van de houten doorlopers werd de nekslag voor honderden Nederlandse schaatsmakers. De opkomst van de stalen Noren was simpelweg te groot.

De klapschaats

In 1980 kwam echter de volgende grote stap voorwaarts binnen de schaatswereld. De klapschaats deed zijn intrede. De achterkant van deze schaats klapt open waarbij de scharnier aan de voorkant van de schaats zit. Het gevolg van dit mechanisme is dat de schaatser veel langer contact houd met het ijs.

De eerste ontwerpen van de klapschaats dateren al van rond het jaar 1900, echter was het Gerrit Jan van Ingen Schenau die de klapschaats definitief op de markt bracht. Toch duurde het nog tot 1996 voordat de klapschaats binnen de wedstrijdsport succesvol werd. De uit Scharsterbrug afkomstige Tonny de Jong en Carla Zijlstra uit Sneek waren de eerste wedstrijdrijders welke succes hadden met de klapschaats. Niet veel later groeide ook bij de langebaan- en marathonrijders de liefde voor dit type schaats.

Er zijn tevens nog diverse varianten van de klapschaats ontworpen. Zo is er de dubbele klapschaats en de rotraxschaats. Van deze twee varianten wordt echter nog maar weinig gebruik gemaakt. De klassieke klapschaats blijft toch favoriet.

Wat is inline-skaten?

De herkomst van de inline-skate

Deze intensieve buitensport dankt zijn bestaan aan de ouderwetsere (hoewel tegenwoordig weer helemaal hip) variant van deze tak van sport, namelijk rolschaatsen of side-by-side-skates. Toch wordt inline-skaten in Nederland meer gezien als een variant van schaatsen op ijs dan als variant op het rolschaatsen. Dit komt wellicht mede door het feit dat de top van het inline-skaten in Nederland voornamelijk bestaat uit marathonschaatsers.

Skatesport

Eigenlijk behelst inline-skaten een specifieke tak binnen de overkoepelende skatesport. Onder de noemer skatesport verstaan we alle sporten uitgevoerd op een paar sportattributen met twee, drie of vier vielen, welke onder de voeten gebonden worden.

Naast inlineskaten zijn andere divisies binnen de skatesport het out of line-skaten, aggressive skating, freestyle skating, downhillspeedskating, off-roadskaten, kunstrijden, fitness-skaten, funskaten, Friday night skaten, rolhockey, inlinehockey, streethockey, inlinebasketbal, rollersoccer en roller derby.

Inline-skaten

Inline-skaten staat tevens bekend onder de naam inline-speedskaten. Het gaat hierbij om het hardrijden op de skeeler of skate. Deze inspannende sport wordt zowel op straat als op een piste beoefend, waarbij diverse afstanden toegepast worden.

Zuid-Amerika

In tegenstelling tot Nederland wordt er in andere delen van de wereld, met in het bijzonder Zuid-Amerika, heel anders tegen inline-skaten aangekeken. Daar is het namelijk een erg grote sport. Zo deden aan het wereldkampioen inline-skaten van 2018 maar liefst 51 landen mee.

Overstap op langebaanschaatsen

Vrij opvallend is dat veel inline-speedskaters op den duur overstappen van inline-skaten op langebaanschaatsen. Enkele voorbeelden hiervan zijn de Amerikaan Derek Parra, Nieuw-Zeelanders Shane Dobbin en Peter Michael en de uit België afkomstige Bart Swings. De reden hiervan kunnen we vinden in het feit dat inline-skaten, in tegenstelling tot langebaanschaatsen, geen Olympische sport is.

Verschillende disciplines

De disciplines

Binnen het inline-skaten zijn in de loop der jaren nogal wat verschillende disciplines ontstaan.

  • Het rijden van korte afstanden op een baan welke tussen de 100 en 300 meter lang is noemen we time trials.
  • Bij de sprint start een groep van zo’n vijf à zes speedskaters. De afstanden zijn hierbij tussen de 500 en 1500 meter.
  • Tijdens een afvalrace wordt over een middellange afstand gereden. Hierbij moet de laatste rijder van de groep de wedstrijd verlaten. Dit herhaalt zich elke ronde, net zolang tot er een winnaar overblijft.
  • In een puntenkoers wordt de eerst aankomende rijder beloond met twee punten en de rijder welke als tweede aankomt krijgt een punt. Hierbij kan het te verkrijgen puntenaantal oplopen naarmate de race vordert, en levert de laatste ronde altijd de meeste punten op.
  • Een combinatie van de twee voorgaande wedstrijdvormen noemt men een “puntenkoers met afvallers.”
  • Wanneer een estafette met drie rijders per team gereden wordt, spreekt men van een relay.
  • Bij een criterium wordt gereden over een bepaalde tijd in plaats van afstand. Wanneer de tijd is verlopen worden nog enkele sprintrondes toegevoegd, waarbij snelheden van wel 60 kilometer per uur kunne worden gehaald.
  • Bij een marathon wordt een afstand van 42,195 kilometer gereden. Bij EK’s en WK’s wordt altijd op de weg gereden.

Koninklijke Nederlandse Schaatsenrijders Bond

KNSB

De KNSB is de overkoepelende Nederlandse organisatie waaronder de sporten inline-skaten, kortebaanschaatsen, kunstschaatsen, langebaanschaatsen, marathonschaatsen, toerschaatsen, schoonrijden en shorttrack vallen. De bond behartigt de belangen van alle eerder genoemde sporten bij de ISU en NOC NSF.

Oprichting

De KNSB is opgericht op 17 september 1882 in het Odeon in Amsterdam als initiatief van verschillende ijsclubs en ijsverenigingen. Het doel voor het oprichten van de KNSB was ten eerste om het schaatsenrijden aan te moedigen en bevorderen. Daarnaast was het organiseren van en deelnemen aan internationale wedstrijden een belangrijk streven.

Tot december 2012 was het hoofdkantoor van de KNSB gevestigd in Amersfoort. Daarna verhuisde het naar Overvecht, alwaar de medewerkers van de KNSB hun werkplek betrokken bij de verbouwde Utrechtse schaatsbaan “de Vechtsebanen.”

In het najaar van 1922 heeft de KNSB uit handen van Hare Majesteit de Koningin Wilhelmina, de erenaam “Koninklijk” verkregen. Dit was ter ere van het 40-jarige bestaan.

Op 24 augustus 2011 kreeg de KNSB, uit handen van toenmalig burgemeester Lucas Bolsius van Amersfoort, een document namens Hare Majesteit de Koningin Beatrix. Hierin werd toegezegd dat de bond in ieder geval tot 2036 de titel “Koninklijk” mag blijven dragen.

Gewesten

De KNSB kent acht gewesten, te noemen: Groningen, Gelderland, Friesland, Noord-Holland/Utrecht, Drenthe, Zuid-Holland, Overijssel en Noord-Brabant/Limburg/Zeeland.

Deze gewesten moeten zich aan de gestelde regels van de KNSB houden. Ze staan echter niet direct onder de leiden van de bond.

Secties

Binnen de KNSB bestaan 8 verschillende secties, welke de diverse takken van sport behelzen. Elke sectie heeft een eigen sectiebestuur aan het hoofd, welke de verantwoordelijkheid draagt over het goed verlopen van alle wedstrijdactiviteiten binnen deze betreffende discipline.

Doping in de schaatssport

Lang werd aangenomen dat doping binnen de schaatswereld weinig tot niet voorkwam. Het werd altijd meer gezien als iets dat vooral voorkwam binnen de wielersport en atletiek. Niets blijkt echter minder waar. Daarom een korte opsomming van de meest gebruikte dopingsoorten binnen de schaatssport.

EPO

Binnen de wielersport deed rond 1990 het gebruik van EPO zijn intrede. Het is een hormoon dat de aanmaak van rode bloedcellen stimuleert, waardoor het de prestatie bevordert.

Bekende namen binnen de schaatssport welke gepakt zijn op het gebruik van EPO zijn onder andere oud-marathonschaatser Thom van Beek en de Rus Dmitri Sjepel

Groeihormonen

Groeihormonen als anabole steroïden, ook wel anabole androgene steroïden genoemd, waren voornamelijk in de jaren zeventig en tachtig een veelgebruikte vorm van doping. Het zijn synthetische steroïden, welke afgeleid zijn van testosteron, het mannelijk geslachtshormoon.

Er zijn twee verschillende uitwerking van anabolen. Ten eerste zijn er anabolen welke zich binden aan de androgene ontvanger in een spiercel. Nadat ze gebonden zijn gaan ze over tot het omzetten van eiwitten, wat zorgt voor het vergroten van de spiermassa.

De andere soort bindt zich niet of nauwelijks aan de receptor, maar is in staat het afbreken van spiermassa te voorkomen wanneer het lichaam de stof glutamine wil onttrekken aan de spieren.