Droogtraining voor schaatsers: zo bouw je aan een krachtige zijwaartse afzet

Twee sporters oefenen een krachtige zijwaartse afzet in de trainingshal

Waarom meters maken op het ijs begint op het droge

De eerste training op natuurijs of kunstijs voelt voor veel schaatsers als een nieuwe start. Toch hoeft dat niet te betekenen dat de benen, houding en afzet opnieuw moeten worden opgebouwd. Wie in de zomer en vroege herfst gericht werkt aan schaatsspecifieke kracht, balans en conditie, stapt met meer vertrouwen de baan op. Droogtraining voor schaatsers maakt het mogelijk om de schaatshouding, zijwaartse druk en overgang naar het andere been regelmatig te oefenen, ook wanneer er nog geen ijs ligt.

Hardlopen en fietsen blijven waardevolle manieren om de algemene conditie te onderhouden, maar ze bootsen de schaatsbeweging niet volledig na. Schaatsen vraagt om kracht in een diepe heuphoek, controle over het bekken en een afzet die vooral zijwaarts en niet recht vooruit gericht is. Juist daarom kan een hardloper een goede longinhoud hebben en toch moeite hebben om op het ijs snelheid vast te houden. Gerichte droogtraining overbrugt dat verschil. Binnen de vereniging levert dat niet alleen sterkere benen en betere techniek op, maar ook plezier, structuur en een gezamenlijk doel in de maanden waarin de baan gesloten is.

De biomechanica van een zuivere zijwaartse afzet

Bij hardlopen verplaatst het lichaam zich voornamelijk voorwaarts en komt de kracht relatief kort na elkaar van beide benen. De schaatsafzet werkt anders. De schaatser brengt het zwaartepunt gecontroleerd boven het standbeen, leunt mee over de buitenkant van de schaats en duwt vervolgens zijwaarts weg. De drukperiode duurt lang genoeg om veel snelheid op te bouwen, maar alleen wanneer de houding stabiel blijft. Een te rechtopstaande romp, een ingezakte knie of een bekken dat naar buiten wegdraait, verkort de afzet en veroorzaakt energieverlies.

Het zwaartepunt moet tijdens de drukperiode voldoende boven het dragende been komen. Dat betekent niet dat de romp zomaar naar de zijkant valt. De beweging begint vanuit een diepe, ontspannen houding waarin enkel, knie, heup en romp samenwerken. De bilspieren en heupabductoren leveren de zijwaartse kracht, terwijl de buik- en rugspieren voorkomen dat de romp gaat draaien. Balansoefeningen en techniekdrills kunnen dit gevoel buiten het ijs onderhouden, maar een belangrijk onderscheid blijft nodig: een sprong kan kracht ontwikkelen zonder automatisch een correcte schaatsbeweging aan te leren. Techniek moet daarom eerst rustig en gecontroleerd worden geoefend.

Spiergroep Functie tijdens het schaatsen
Bilspieren Leveren krachtige heupstrekking en ondersteunen de zijwaartse afzet.
Heupabductoren Houden het bekken stabiel en sturen de afzet naar de zijkant.
Quadriceps Behouden de diepe kniehoek en vangen de krachten bij de landing op.
Hamstrings Ondersteunen heupstrekking, beencontrole en de terughaalbeweging.
Core Houdt de romp stil terwijl het onderlichaam kracht ontwikkelt.
Kuit- en voetspieren Zorgen voor een stevige enkel en een nauwkeurige druk op de schaats.

Een bruikbare oefening is de eenbenige stand met een lichte kniebuiging. Laat het vrije been rustig terugkomen onder de heup en houd het bekken horizontaal. Verplaats daarna het lichaamsgewicht langzaam van het ene been naar het andere, zonder de romp te laten zwiepen. Zo ontstaat het specifieke gevoel van druk verplaatsen en balans bewaren. Op de ijsbaan vertaalt dit zich naar een langere glijfase, een betere buitenkant en een afzet die niet te vroeg instort. Ook balansoefeningen voor schaatsers benadrukken dat het zwaartepunt boven het steunpunt moet blijven en dat een stevige enkel essentieel is.

Heupstabiliteit en bekkencontrole als stevig fundament

Een stabiel bekken is de stille basis van een goede schaatshouding. Wanneer de heup tijdens een eenbenige steun naar beneden zakt, draait de knie vaak naar binnen en verliest de voet contact met de gewenste druklijn. De schaatser komt dan wel laag te zitten, maar niet sterk. Diepe houding betekent dus niet simpelweg zo ver mogelijk door de knieën zakken. De romp blijft lang, de onderrug blijft neutraal en de knie volgt de richting van de voet.

Werk met een weerstandband rond de knieën of enkels en bouw de belasting rustig op. Begin met een isometrische schaatshouding, voeg daarna kleine zijwaartse stappen toe en sluit af met een gecontroleerde overgang naar één been. De kwaliteit van iedere herhaling is belangrijker dan de lengte van de band of het aantal stappen. Gebruik de volgende opbouw:

  1. Neem een diepe maar comfortabele schaatshouding aan, met de voeten ongeveer op heupbreedte en de knieën in lijn met de tweede teen.
  2. Houd het bekken horizontaal terwijl je langzaam drie tot vijf stappen zijwaarts maakt. Duw de knieën licht naar buiten tegen de band in.
  3. Pauzeer op één been, houd de enkel stevig en voorkom dat de knie naar binnen beweegt.
  4. Keer terug naar het midden, herstel de houding en herhaal de beweging aan de andere kant.

Een schaatselastiek kan vervolgens worden gebruikt om de zijwaartse druk na te bootsen. Kies aanvankelijk een lichte weerstand, zodat de houding niet door de band wordt vervormd. De oefening moet voelen alsof het been de grond wegduwt, niet alsof de sporter zich met de romp uit de band trekt. Bij pijn in knie, heup of onderrug hoort de oefening te worden gestopt en beoordeeld door een trainer of deskundige. Kniecontrole draait immers niet alleen om spierkracht, maar vooral om sturen, afremmen en stabiel bewegen onder wisselende richtingen.

Explosieve plyometrie voor maximale druk op het rechte stuk

Plyometrie traint het vermogen om in korte tijd veel kracht te leveren. Dat past goed bij schaatsen, waar iedere afzet krachtig maar technisch gecontroleerd moet zijn. Een studie onder junior schaatsers onderzocht een programma van acht weken met twee plyometrische trainingen per week. De groep die de sprongtraining toevoegde, verbeterde onder meer op squat jumps, countermovement jumps, herhaalde sprongen en de snelheid over vijftig meter ten opzichte van de controlegroep. De resultaten zijn geen garantie voor iedere sporter, maar ze ondersteunen wel de waarde van een geleidelijke sprongopbouw in de voorbereiding.

Begin niet met maximale afstand of hoogte. Eerst moet de landing stil, stabiel en pijnvrij zijn. Land zacht op een licht gebogen knie, houd de knie boven de voet en laat de heup het lichaam opvangen. Gras of een rubberen sportvloer is meestal vriendelijker dan beton. Op een harde ondergrond horen de aantallen lager te liggen en de rustpauzes langer. Het advies van Schaatsen.nl over sprongtraining sluit daarbij aan: sprongen zijn explosief en schaatsspecifiek, maar ook zwaar voor spieren en pezen.

Man voert een explosieve eenbenige sprong uit in een sportschool
Explosieve oefeningen helpen schaatsers om zijwaartse kracht sneller en gecontroleerder in de afzet om te zetten. Bouw de intensiteit pas op wanneer de landing stabiel en pijnvrij blijft.
  • Skater squat hold Laat de sporter gecontroleerd naar één been zakken en twee tot drie seconden stabiliseren. Dit is een goede eerste stap voor balans en diepe heupcontrole.
  • Laterale schaatssprong Spring van het ene been naar het andere en land eerst met een korte pauze. Vergroot pas later de afstand en snelheid.
  • Squat jump Zak vanuit een stevige schaatshouding iets dieper en spring recht omhoog. Land stil en hervat pas daarna de volgende herhaling.
  • Wisselsprong Wissel tijdens een lage sprong van steunbeen. Deze oefening vraagt meer coördinatie en hoort pas in het programma wanneer de basislanding goed beheerst wordt.

Een praktische progressie bestaat uit twee tot drie sets van vijf gecontroleerde herhalingen per been, met minimaal zestig tot negentig seconden rust. Voor gevorderde wedstrijdrijders kan de sprongafstand of snelheid worden verhoogd, maar niet beide tegelijk. Recreanten hebben meestal meer aan een technisch nette landing en een constante trainingsfrequentie dan aan maximale intensiteit. Plan zware sprongen niet direct na een lange duurtraining en geef bij aanhoudende spierpijn extra hersteltijd.

Een compleet wekelijks droogtrainingsschema voor de clubavond

Een clubavond van zestig minuten hoeft niet ingewikkeld te zijn. De training begint met een dynamische warming-up, gaat over in een combinatie van houding, heupstabiliteit en explosieve kracht en eindigt met een technische oefening waarin de groep weer controle en rust opzoekt. Zo blijft de sessie herkenbaar voor verschillende niveaus. Recreanten kunnen minder diep zakken en meer rust nemen, terwijl marathon- en langebaanschaatsers extra herhalingen of een zwaardere weerstand kiezen.

Onderdeel Duur Inhoud Intensiteit
Warming-up 10 minuten Dribbelen, knieheffen, beenzwaaien, enkelmobiliteit en rustige skater hops Laag tot matig
Techniekblok 10 minuten Schaatshouding, gewichtsoverdracht en eenbenige balans Technisch, niet maximaal
Stabiliteit 15 minuten Isometrische houding, miniband-stappen en gecontroleerde eenbenige squats Matig, 30 tot 45 seconden werk
Plyometrie 15 minuten Laterale sprongen, squat jumps en wisselsprongen Hoog per herhaling, ruime rust
Technische afsluiting 10 minuten Rustige spronglandingen, mobiliteit en ademhaling Laag, gericht op herstel

In de eerste weken van de zomer ligt de nadruk op bewegingskwaliteit en algemene belastbaarheid. Daarna kan de groep de werkduur verlengen, de rust iets verkorten of een extra set toevoegen. In de vroege herfst verschuift het accent naar schaatsspecifieke intensiteit, langere blokken in de lage houding en meer explosiviteit. Een trainer kan werken met twee niveaus binnen hetzelfde circuit. De recreatieve groep doet bijvoorbeeld twee sets, terwijl de wedstrijdgroep drie sets uitvoert met een iets zwaardere band. Zo blijft iedereen betrokken zonder dat sporters boven hun niveau moeten trainen.

De clubdynamiek maakt zware blokken beter vol te houden, zolang de sfeer veilig en respectvol blijft. Werk met vaste tweetallen die elkaar op knie- en bekkenuitlijning controleren, laat sporters hun eigen rust serieus nemen en geef complimenten voor goede techniek in plaats van alleen voor snelheid. Ook kan iedere training een eenvoudig meetpunt hebben, zoals het aantal stabiele eenbenige landingen of de tijd waarin de diepe houding behouden blijft. Droogtraining wordt zo meer dan een conditieavond. Het wordt een gezamenlijk moment waarop jeugdleden, recreanten en wedstrijdrijders aan dezelfde basis werken.

Klaar voor de eerste meters met een voorsprong op het ijs

Gerichte droogtraining vertaalt zich niet automatisch na één sessie naar een perfecte slag, maar regelmatige herhaling bouwt wel de voorwaarden daarvoor. Sterkere heupen houden het bekken stabiel, een krachtige core voorkomt onnodige beweging in de romp en plyometrische training maakt de afzet sneller. Daardoor kan de schaatser langer in een goede houding blijven, de druk beter overbrengen en met minder verspilde energie uit de slag komen.

Continuïteit is belangrijker dan een enkele zware training. Een wekelijkse clubavond, aangevuld met korte stabiliteitsoefeningen thuis en voldoende herstel, geeft de beste basis voor de seizoensopening. Houd de techniek scherp, bouw de intensiteit rustig op en neem pijnsignalen serieus. Wanneer de eerste meters op het ijs worden gemaakt, voelt de houding dan niet onbekend, maar vertrouwd. Samen trainen, elkaar technisch helpen en de discipline vasthouden tot de baan opent, levert uiteindelijk meer op dan alleen sterkere benen. Het zorgt voor een veilige, plezierige en krachtige start van het nieuwe schaatsseizoen.

Schaatsen op de Reeuwijkse Plassen: hoe beoordeel je betrouwbaar natuurijs?

Twee paar winterlaarzen op een donker, gebarsten ijsoppervlak

Veilig het natuurijs op in het Groene Hart

De eerste schaatstocht over de Reeuwijkse Plassen heeft iets bijzonders. Het landschap rond Gouda verandert in een open winterdecor, rietkragen steken donker af tegen de lucht en iedere bocht voelt als een klein avontuur. Voor natuurijsliefhebbers, recreanten en toerschaatsers is het verleidelijk om na enkele koude nachten direct het ijs op te gaan. Toch begint een goede tocht niet met de eerste afzet, maar met een nuchtere beoordeling van het ijs. Een actuele aanpak voor schaatsveiligheid helpt daarbij, maar lokale kennis blijft doorslaggevend.

De Reeuwijkse Plassen en omliggende veenwateren gedragen zich niet overal hetzelfde. Waterdiepte, wind, riet, oevers, duikers, bruggen, gemalen en mogelijke kwelstromen beïnvloeden de ijsgroei vaak binnen een afstand van enkele tientallen meters. Daarom volstaat een algemene vuistregel niet. Een meting op één plek zegt niets over het midden van een plas of een smalle doorgang verderop. Voor een schaatsclub betekent verantwoord natuurijs rijden: samen waarnemen, meten, afspraken maken en elkaar aanspreken. Die collectieve discipline maakt ruimte voor sportief plezier, zonder dat enthousiasme de risicoanalyse overneemt.

De hydrologische dynamiek van kwelwater en stroming

Veenplassen lijken aan de oppervlakte rustig, maar onder het ijs kan het water voortdurend in beweging blijven. Grondwater dat vanuit diepere zandlagen omhoogkomt, wordt kwel genoemd. Dat water kan relatief warmer zijn dan het oppervlaktewater en daardoor de vorming van een gesloten ijslaag vertragen. Ook water dat via sloten, duikers of gemalen wordt aangevoerd, veroorzaakt plaatselijke stroming. Vooral bij diepe zandwinlocaties en verbindingen met vaarten moet rekening worden gehouden met verschillen in watertemperatuur en circulatie.

De basis van ijsgroei is eenvoudig, maar de plaatselijke uitwerking is complex. Water heeft bij ongeveer 4 graden Celsius de grootste dichtheid. Tijdens afkoeling zakt dit zwaardere water, terwijl kouder water aan de oppervlakte blijft en uiteindelijk bevriest. Wind, waterdiepte, luchtvochtigheid, neerslag en stroming bepalen vervolgens hoe snel en gelijkmatig de ijslaag aangroeit. Een rustige, beschutte plas kan daardoor eerder dichtvriezen dan een windgevoelig open water, terwijl een klein petgat met kwel juist onverwacht zwakke plekken kan houden.

Een schaatser moet niet alleen naar de kleur van het ijs kijken, maar ook naar afwijkingen in het wateroppervlak en de omgeving. Een open plek, een doffe cirkel, een natte verkleuring, belvorming of een zone met radiale scheuren kan wijzen op een andere ijsopbouw. Onderstaande signalen verdienen extra aandacht tijdens een verkenning:

  • open water of een dunne, natte rand in een verder gesloten ijsveld;
  • stromend water bij sloten, duikers, gemalen en bruggen;
  • verschillen in kleur of glans tussen aangrenzende ijsvlakken;
  • scheuren die vanuit één punt naar meerdere richtingen lopen;
  • een sneeuwlaag die het zicht op dun ijs volledig wegneemt;
  • een zachte of verende ijsvloer, ook wanneer het oppervlak er gesloten uitziet.

Een meting moet daarom altijd worden gekoppeld aan een route-inschatting. De actuele informatie van een lokale ijsclub of terreinbeheerder is belangrijk, maar ook die informatie heeft een houdbaarheidsdatum. Na dooi, regen, sneeuwval of een plotselinge temperatuurstijging kan de kwaliteit snel veranderen. Een veilige vereniging behandelt een meting als een momentopname en niet als een permanente toestemming om overal door te rijden.

IJsvissers meten het ijs op een bevroren meer met een ijsboor
Een enkele ijsmeting is slechts een momentopname; door meerdere meetpunten te vergelijken ontstaat een betrouwbaarder beeld van de route.

Rietkragen en bruggen als verborgen valkuilen

Riet is een herkenbaar onderdeel van het Reeuwijkse landschap, maar een rietkraag vormt geen betrouwbare begrenzing tussen sterk en zwak ijs. Rietstengels houden warmte vast, beperken de uitstraling van het water en vangen sneeuw op. Rond de overgang van open water naar riet kan daardoor een onregelmatige ijsvloer ontstaan. Ook veenoevers geven warmte langzaam af. De eerste meters langs een oever kunnen dunner blijven dan het ijs verder van de kant, zeker wanneer de oever beschut ligt tegen wind.

Bruggen, duikers en smalle doorgangen zijn eveneens risicopunten. Water stroomt daar vaak sneller, waardoor de koude aanvoer niet genoeg is om een stabiele ijslaag te vormen. Onder een brug blijft de lucht bovendien minder vrij circuleren en kan de constructie warmte afgeven. Een smalle verbinding tussen twee plassen kan er vanaf de kant stevig uitzien, terwijl de stroming onder het oppervlak een dunne strook heeft uitgesleten. Rijd nooit automatisch onder een brug door omdat het ijs ervoor en erna goed lijkt.

Risicozone Waarom extra opletten Praktische clubafspraak
Rietkragen Warmteopslag, sneeuwophoping en ongelijke bevriezing Ruim afstand houden en afwijkende kleur direct controleren
Veenoevers Warmteafgifte vanuit de bodem en zachte oeverranden Niet langs de kant schaatsen zonder afzonderlijke meting
Bruggen en duikers Stroming, warmteverlies en plaatselijk dun ijs Passage alleen na controle en nooit in een dichte groep
Gemalen en inlaten Actieve waterbeweging en mogelijke kwel Gebied vermijden, ook wanneer het oppervlak gesloten lijkt
Open windvlakken Langzamere afkoeling door golfslag en waterbeweging Route pas uitbreiden na meerdere representatieve metingen

De verschillen kunnen binnen één plassengebied aanzienlijk zijn. Een beschut petgat tussen bomen kan eerder bruikbaar lijken dan een open plas, maar ook daar kan een onverwachte overgang naar dunner ijs liggen. Een meting aan de oever zegt bovendien weinig over de zone waar de groep naartoe wil. Controleer daarom steeds de overgang tussen beschut en open water, tussen brede plas en smalle doorgang en tussen sneeuwbedekt en zichtbaar ijs. Wie een onduidelijke zone tegenkomt, keert om. Dat is geen verlies van een tocht, maar een goede sportieve beslissing.

Zwart ijs versus sneeuwijs methodisch beoordelen

Helder, donker en soms licht blauwachtig ijs is doorgaans compacter dan wit, troebel of poreus ijs. Bij helder kernijs zijn minder luchtinsluitingen zichtbaar en is de structuur gelijkmatiger. Sneeuwijs ontstaat wanneer sneeuw op water smelt, opnieuw bevriest of met water verzadigd raakt. Daardoor ontstaat een sponsachtige laag met meer lucht en een lagere draagkracht. De grens tussen beide typen is niet altijd scherp, waardoor een ijsvloer uit meerdere lagen kan bestaan.

Visuele beoordeling is nuttig, maar nooit voldoende. Een boor, ijsstok of meetlat kan de dikte vaststellen, alleen moet op meerdere plaatsen worden gemeten. Als globale oriëntatie wordt vaak ongeveer 7 tot 8 centimeter helder ijs genoemd voor individuele personen. Voor groepen en georganiseerde toertochten hanteren veel Nederlandse verenigingen een ruimere veiligheidsmarge, waarbij 10 tot 12 centimeter betrouwbaar, helder ijs een veelgebruikte richtwaarde is. Deze waarden zijn geen vrijbrief: kwaliteit, route, wateroppervlak, temperatuurverloop en aanwezigheid van stroming blijven bepalend.

  • Helder kernijs: donker, doorzichtig en compact, met beperkte luchtbellen.
  • Sneeuwijs: wit of melkachtig, vaak gelaagd en poreus.
  • Gemengd ijs: afwisselende lagen, waarbij de zwakste laag de beoordeling bepaalt.
  • Sneeuwbedekt ijs: moeilijk visueel te controleren en mogelijk extra kwetsbaar door isolatie.
  • Dooi-ijs: korrelig en verzwakt, ook wanneer de totale dikte nog indrukwekkend lijkt.

Temperatuurschommelingen maken het oordeel extra lastig. Tijdens meerdere heldere vriesnachten groeit ijs meestal gelijkmatiger, maar sneeuw kan die groei sterk afremmen. Bij dooi smelt niet alleen de bovenkant. Water dringt in de kristalstructuur, waardoor de onderlinge verbindingen verzwakken. Na een zachte nacht, regen of zon op een donkere ijsvloer kan de draagkracht dus sneller dalen dan de dikte doet vermoeden. Ook flinke nachtvorst betekent niet automatisch dat een plas in één dag veilig is. Controleer opnieuw voordat een clubgroep vertrekt.

Het stappenplan voor een verantwoorde ijsmeestocht

Een ijsmeestocht is geen informele test waarbij de zwaarste schaatser vooruitgaat. Het is een georganiseerde verkenning met duidelijke rollen, geschikte uitrusting en een vooraf afgesproken omkeerprocedure. De Scandinavische aanpak legt de nadruk op zelfstandigheid, kleine groepen, volledige uitrusting en het voortdurend opnieuw beoordelen van het ijs. Nederlandse clubs kunnen daarvan leren, zonder de eigen verantwoordelijkheden uit het oog te verliezen. Een route is pas geschikt wanneer de lokale vereniging, beheerder of bevoegde organisatie daarvoor toestemming geeft.

  1. Verzamel actuele informatie. Controleer de weersontwikkeling, meldingen van de lokale ijsclub, informatie van terreinbeheerders en eventuele afsluitingen. Bekijk de routekaart en markeer bruggen, rietkragen, gemalen, duikers en vaarten.
  2. Maak de uitrusting compleet. Iedere verkenner draagt ijsprikkers binnen handbereik en neemt een ijsstok, reddingslijn, fluitje en goed verpakte telefoon mee. Snijvaste handschoenen, warme lagen en bescherming van hoofd, gezicht en oren zijn verstandig. Reservekleding hoort waterdicht verpakt te zijn.
  3. Start op gecontroleerd ijs. Begin aan een overzichtelijke oever waar de waterdiepte en omstandigheden bekend zijn. Controleer het ijs vlak voor de kant, daarna op regelmatige afstanden en telkens bij een zichtbare verandering in kleur, structuur of geluid.
  4. Beweeg rustig naar open water. De eerste verkenner houdt voldoende afstand van de oever en meet vooruit. De anderen volgen niet in een kluit, maar blijven zo geplaatst dat hulp snel kan worden geboden. Een enkele goede meting maakt een route niet automatisch veilig.
  5. Beoordeel iedere overgang opnieuw. Meet extra bij riet, bruggen, bochten, sneeuwvelden, smalle doorgangen en plekken met stroming. Bij twijfel wordt de route afgezet of omgekeerd. Nooit wordt een zwakke plek op snelheid genomen.
  6. Leg bevindingen vast. Noteer plaats, tijd, ijsdikte, ijstype, weersomstandigheden en bijzonderheden. Deel de informatie met het bestuur, de routecommissie en andere leden, maar formuleer duidelijk dat een meting geen algemene openstelling betekent.
  7. Oefen redding buiten het seizoen. Een vereniging hoort niet pas tijdens een incident te ontdekken hoe een reddingslijn, ijsprikker en drijfhulpmiddel werken. Oefen het uit het water klimmen met kleding en schaatsen onder deskundige begeleiding, bijvoorbeeld tijdens een zomerbijeenkomst.

Voor een groep is de onderlinge afstand een belangrijk onderdeel van het veiligheidsplan. Te dicht op elkaar rijden belast dezelfde zwakke plek tegelijk en maakt redding moeilijker. Te grote afstanden maken het lastiger om elkaar snel te bereiken. Spreek daarom een compacte, maar gespreide formatie af en wijs voor- en achterrijders aan. Niemand rijdt alleen vooruit, niemand blijft zonder melding achter en iedere deelnemer kent het afgesproken stopsignaal.

Een reddingslijn, ijsprikkers, ijsstok en fluitje zijn geen accessoires voor extreme tochten. Ze horen bij de basisuitrusting zodra een groep onbekend of veranderlijk natuurijs verkent. Toch blijft voorkomen beter dan redden. Houd je aan hekken en borden, vraag lokale uitleg wanneer een doorgang niet bekend is en laat thuis een route en verwachte terugkeertijd achter. Wie door het ijs zakt, moet niet proberen rechtop te springen. Draai terug naar de richting waar het ijs vandaan kwam, gebruik de ijsprikkers, roep om hulp en spreid het gewicht zo breed mogelijk.

Samen voorbereid het Reeuwijkse ijs meester worden

IJsveiligheid is een gedeelde discipline, net als een goede bochtentechniek of een sterke afzet. Een club die structureel leert kijken naar wind, water, riet, oevers en ijslagen bouwt kennis op die verder gaat dan één koude periode. Jeugdleden leren zo dat natuurijs respect vraagt, beginners krijgen houvast en ervaren toerrijders worden herinnerd aan het belang van herhaling. Met korte briefings, meetprotocollen en gezamenlijke reddingsoefeningen groeit veiligheid uit tot een vanzelfsprekend onderdeel van het verenigingsleven.

Blijf tijdens iedere tocht observeren. Let op nieuwe scheuren, veranderende kleur, water op het ijs, zachter wordende randen en drukte op een kwetsbare passage. Omkeren zodra omstandigheden veranderen is geen teken van voorzichtigheid die te ver gaat, maar van goed schaatsmanschap. Wanneer voorbereiding, lokale kennis en groepsafspraken op orde zijn, ontstaat de beste basis voor kilometers toerschaatsen op de Reeuwijkse Plassen. Veilig het ijs op, rustig opbouwen en samen zorgen dat iedere tocht goed eindigt.

Samen met je kinderen gaan schaatsen

In een land als Nederland waar de winters koud zijn, leert vrijwel iedereen als kind schaatsen. De laatste jaren is het lang niet elke winter mogelijk om op natuurijs te schaatsen omdat het minder vaak hard vriest. Schaatsen zit ondertussen echter zo verweven in onze cultuur dat daar verschillende oplossingen voor zijn gevonden. Er zijn diverse schaatsbanen binnen en er wordt op veel plaatsen dunne lagen water op een plein gespoten die sneller bevriezen en waarbij niemand gevaar loop als het ijs breekt.

Geschikte kleding om mee buiten schaatsen

In de winter worden er in veel dorpen en steden schaatsbanen gemaakt voor de bewoners. Deze schaatsbanen zijn dan niet alleen een sportief uitje maar ook een ontmoetingsplaats voor zowel kinderen als volwassenen. Dit maakt het een ideaal gezinsuitje in de winter.

De meesten kinderen leren buiten schaatsen op een tijdelijke schaatsbaan in de winter. Met ondersteuning van de ouders leren kinderen al vroeg op het ijs te blijven te staan. Kleding is daarbij ook een belangrijk onderdeel. De kinderen zullen niet lang genieten van deze activiteit als ze het koud krijgen. Tevens moeten ze zich goed kunnen bewegen in de kleren die ze dragen omdat ze regelmatig rare manoeuvres zullen maken tijdens het leerproces. Zorg daarom dat de kleding niet te strak zit. Een extra laagje is natuurlijk ook erg goed wanneer een kind valt, omdat het dan minder hard terecht komt.

Als begeleider beweeg je waarschijnlijk minder, zodat de kans groter is om het koud te krijgen.

Een goede reden om een mooie nieuwe winterjas voor dames of heren te kopen. Want als ouder wil je uiteraard ook leuk voor de dag komen. Nu kan een lange dames winterjas er erg elegant uitzien en deze houdt het hele lichaam warm. Toch een dergelijke winterjas minder geschikt om mee te gaan schaatsen, aangezien de kans bestaat dat je erover struikelt met je schaatsen.

Behalve een winterjas zijn handschoenen, een dikke muts en een warme sjaal onontbeerlijk tijdens het buiten schaatsen.

Muziek, verlichting en warme chocolademelk

De door de gemeente gemaakte schaatsbanen bruisen van de gezelligheid. Deze sfeer wordt gecreëerd doordat er veelal leuke muziek op de achtergrond afgespeeld wordt en feestelijke verlichting rondom de baan wordt opgehangen. Daarnaast is er op zijn minst een kraam waar warme chocomelk verkocht wordt. De winterse kerstsfeer straalt ervan af waardoor mensen in een uitgelaten stemming komen. Het is vergelijkbaar met de ambiance in een dorpscafé of een kermis.

Kinderen beleven er de grootste lol met hun vriendjes en vriendinnetjes. Pubers en ook volwassenen flirten erop los op de ijsbaan.

Een middagje of avond naar de ijsbaan is een passend uitje voor alle leeftijden en voor iedereen betaalbaar.

Shorttracklegende Sjinkie Knegt

Schaatsen is één van de grootste en populairste sporten in Nederland. Dat is ook niet zo verwonderlijk, want met ons platte landschap en (soms) koude winters hebben we een ideaal landschap om op natuurijs te schaatsen. Veel schaatsers in spé beginnen hun carrière dan ook al vroeg door in hun kinderjaren achter een stoeltje hun eerste meters op het ijs te maken. Veel Nederlanders hebben dan ook zulke schaatsfoto’s in fotolijsten of albums thuis. Er zijn verschillende onderdelen in de schaatswereld, waarvan het baanschaatsen het bekendst is. In dit onderdeel schaats je simpelweg zo snel mogelijk een bepaalde afstand. Maar een ander aspect is het shorttrack, een redelijk nieuw fenomeen, maar onwijs populair.

Wat is shorttrack?

Bij shorttrack gaat het, anders dan bij de afstanden, niet om de snelste tijd, maar om wie simpelweg als eerste over de streep komt bij specifieke afstanden. Zo heb je ook wel de 100, 500, 1000 meter etc. bij shorttrack, maar heeft elke schaatser een strategie om hun tegenstanders zo snel mogelijk af te zijn. Een race wordt namelijk gereden in groepjes, bestaande uit vier tot zes rijders. De baan heeft een ovaalvorm en is maar 111 meter lang, plus 12 meter in de bocht. Dat zijn dus zeer korte rondjes, waardoor de schaatsers onwaarschijnlijk hard over de baan vliegen. Hoewel hun schaatsen er zelfs speciaal voor gemaakt zijn om zo snel door de bocht te kunnen, gebeurt het regelmatig dat schaatsers onderuit gaan. Langs de kant staan fotografen dan ook altijd met hun camera gereed om de prachtigste actiefoto’s te schieten die later zullen pronken in fotolijsten. Maar zoals de shorttrackers zeggen; dat hoort er nu eenmaal bij wil je een kans hebben om je tegenstanders in te halen. Je mag elkaar dus inhalen, mits je jouw tegenstander niet hindert. Hinder je de tegenstander wel, dan krijg je een penalty en ben je gediskwalificeerd van de race.

Legende Sjinkie Knegt

Wie shorttrack zegt, zegt automatisch Sjinkie Knegt. De 32-jarige ‘schicht uit Bantega’ is een ware held voor de shorttrackliefhebbers. Deze Fries is drievoudig Europees kampioen en heeft op zowel EK’s, WK’s als op de Olympische Spelen verschillende medailles in de wacht weten te slepen. Sjinkie staat bekend om zijn sluwe tactiek als het op het shorttrack aankomt, waardoor races waar hij aan meedoet doorgaans enorm spannend zijn. Van zijn spectaculaire inhaalmanoeuvres zijn natuurlijk de mooiste foto’s gemaakt, waardoor hij in veel schaatshallen in fotolijsten hangt. Hij is namelijk een groot voorbeeld voor veel shorttrackers in spé. De fotolijsten van Gallerix zijn stijlvol, duurzaam en in allerlei soorten en maten te verkrijgen, waardoor deze website zeker een aanrader is voor iedereen die zijn of haar held ingelijst in fotolijsten wil bewonderen.

Sjinkie begint vaak als een roofdier aan zijn race. Hij schaatst achteraan en houdt zijn tegenstanders voor hem goed in de gaten. Zo bewaart hij zijn energie om in de laatste meters een enorme sprint te trekken. In de laatste drie ronden van de race begint hij echter op stoom te raken en zal hij een eindsprint moeten inzetten om zijn tegenstanders in te halen. Dit kan hij als de beste, want hij wurmt zich als een geoliede machine langs zijn rivalen. Door zijn ‘uitschuifbeen’ weet hij zijn tegenstanders tot overmaat van (hun) ramp te verrassen, waardoor hij vaak als eerste over de finish weet te komen. De fotolijsten zullen niet aan te slepen zijn om deze held te eren!

Hoe haal je meer uit je skeelerplezier

Wanneer je wilt gaan skeeleren of besluit schaatsen je nieuwe hobby te maken, dan zijn er een flink aantal dingen waar je goed op moet letten om dit een prettige ervaring te laten zijn. In het artikel recreatief schaatsen en skeeleren kan je lezen dat er veel aandacht gaat naar het vinden van de juiste skeeler of schaats. Of je nu kiest voor de ijsbaan of je gaat lekker de natuur in op de skeelers, het is van groot belang zeer kritisch te zijn wat voor schaatsen je aanschaft. Zoals in het artikel te lezen is, moet er goed gelet worden op de juiste ondersteuning van de enkels.

Licht gewicht

Zowel bij recreatief als competitief schaatsen wil je zo licht mogelijk gekleed zijn. Comfortabele licht gewicht kleding heeft hier bij de voorkeur. Ook wil je zo min mogelijk bepakt zijn om echt goed snelheid te kunnen maken. Maar in onze 24 uurseconomie wil je natuurlijk wel goed bereikbaar blijven. Holdit zal je misschien denken 24 uurseconomie? Is dat wel zo? Kijk maar om je heen. Winkels blijven steeds langer open, sommige zelfs 7 dagen in de week. Op internet kan je op websites de hele dag door producten en services bestellen, vaak al dezelfde of de volgende dag al geleverd.

Daarnaast willen mensen graag continu bereikbaar zijn, voor familie en vrienden of voor zakelijke aangelegenheden. Gelukkig zijn er steeds meer accessoires te verkrijgen die daar handig op inspelen. Kijk nou naar bijvoorbeeld de kleine pouches die je op de website van Holdit kunt krijgen. Die kan je heel gemakkelijk om je taille bevestigingen. Prima oplossing voor tijdens het skeeleren. Of de magnetische kaarthouder die je met, het woord zegt het al, een magneet aan je telefoon kan bevestigen. Vrij eenvoudige oplossingen, verkrijgbaar bij onder andere Holdit, maar zeer effectief als je zo min mogelijk gewicht wilt meebrengen tijdens het skeeleren.

Muziek

Naast het belang van lichtgewicht, is muziek ook een belangrijke factor om je skeeler plezier te vergroten. Stel je eens voor, heerlijke relaxte muziek tijdens het recreatief skeeleren of wil je juist muziek dat een lekker tempo heeft zodat je nog een tandje sneller kan gaan. Voor welk doel je naar muziek luistert tijdens het skeeleren, het gebruik van de juiste accessoires kan je skeelerplezier alleen maar vergroten. Vaak dragen skeeler recreanten een helm om zichzelf te beschermen mocht er onverhoopt een valpartij ontstaan. Om naar muziek te luisteren tijdens het skeeleren is het aan te raden oordopjes te gebruiken met het liefst een airpod strap die je bijvoorbeeld op de website van Holdit kunt verkrijgen. Vooral als je hoogwaardige airpods gebruikt wil je die natuurlijk niet verliezen onder de weg. Zo”n airpod strap is dan absoluut een uitkomst. Weer een vrij eenvoudige oplossing maar uitermate handig.

Het zijn zaken waar je niet snel aan denkt wanneer je wilt gaan skeeleren. Je zal eerder denken aan kniebeschermers of bijvoorbeeld een helm wanneer je jezelf bedenkt wat voor accessoires je nodig zal gaan hebben. Maar zoals je ziet zijn er van die kleine eenvoudige oplossingen beschikbaar die je skeeler plezier alleen nog maar meer kunnen vergroten.

De juiste bedrijfswagen voor schaatsbaanmonteurs

Een schaatsbaan is een leuke attractie met een complexe werking. Het water dat de piste vormt moet gekoeld worden en gekoeld blijven, en het ijs moet met specialistisch gereedschap in goede conditie worden gebracht na een dag schaatspret.

Een monteur die schaatsbanen onderhoudt is vaak tevens een koelsysteemspecialist, loodgieter en schoonmaker ineen. Om zijn dure gereedschappen van de ene naar de andere ijsbaan mee te nemen profiteert hij van een intelligente bedrijfswageninrichting.

Hoe ziet een professionele bedrijfswageninrichting eruit?

Bedrijven als Worksystem hebben zich toegelegd op het fabriceren van specialistische bedrijfswageninrichtingen. Die zijn om te beginnen modulair: ze hebben vaste dimensies, waardoor verschillende onderdelen snel tegen elkaar uitgewisseld worden. Ze zijn van dunne, sterke materialen gemaakt, zodat er een maximale ruimte voor de gereedschappen overblijft. Ook is een professionele bedrijfswageninrichting lichtgewicht, zodat de schaatsbaanmonteur minder brandstof verbruikt en meer nuttig laadvermogen overhoudt om naar de klus te brengen.

Wat zijn de voordelen van een bedrijfswageninrichting?

Behalve dat zijn wagen er in één klap een stuk professioneler uitziet, ondervindt een schaatsbaanmonteur nog meer flinke voordelen van een wageninrichting door Worksystem.

  • Overzichtelijkheid: Welke leidingen, machineonderdelen of ijzerwaren een schaatsbaanmonteur ook nodig heeft, ze zijn snel op een vaste plek terug te vinden. De inrichting van Worksystem is namelijk heel ordelijk in te delen met lades, kasten, bakjes en deelvakjes. Zo ligt alles waar het hoort en kan elk klusje aan de ijsbaan zonder zoekwerk en dus sneller worden uitgevoerd.
  • Lange levensduur: De producten van Worksystem zijn voor een groot deel vervaardigd van dun, oersterk plaatstaal, waardoor ze slagvast zijn. Ze kunnen bovendien muurvast worden verankerd in de bedrijfswagen, waardoor een schaatsbaanmonteur ook bij ruw gebruik geen kapotte of losliggende onderdelen zal aantreffen. Dat is bij zelf in elkaar gekluste stellages vaak wel anders na enkele jaren intensief gebruik.
  • Veiligheid: De professionele fabricage van de bedrijfswageninrichtingen van Worksystem vergroten bovendien de veiligheid van de wagen. De monteur zal vaak dure powertools, lange metalen buizen en scherpe objecten vervoeren, om nog maar te zwijgen van zware gereedschappen zoals de bekende Zamboni ijsegaliseermachines. De producten van Worksystem zijn voorzien van krachtige sloten en bevestigingssystemen, waardoor de inhoud zelfs bij een ongeluk niet stuurloos door de bedrijfswagen heen zal vliegen.

Reglement Elfstedentocht

Deelname

Voor de deelname aan de Elfstedentocht bestaat een selectie. De regel der regels is allereerst een lidmaatschap bij de Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden.

Voor heren gelden andere regels dan voor dames. Zo mogen enkel heren meedoen welke voorkomen op de meest recente lijst van de discipline marathon van de KNSB. Daarnaast alle landelijke marathonrijders van de top-divisie, de beloftedivisie en de 40 landelijke mastermarathonrijders.

Bij de dames geldt dat zij moeten voorkomen op de meest recente lijst van de divisie marathon van de KNSB en alle dames-marathonrijders van de top-divisie.

Tochtreglement

Buiten de regels over deelname kent de Elfstedentocht ook een tochtreglement. In dit tochtreglement is alle informatie opgenomen. Van de sluitingstijden van de stempelposten tot het aansprakelijkheidsrisico van de deelnemers.

Inschrijving

Op de dag voorafgaand aan de tocht, kan men zich inschrijven tussen zeven uur in de ochtend en acht uur in de avond. Dit gebeurt altijd in de Elfstedenhal in Leeuwarden. Deze inschrijving moet persoonlijk worden gedaan op vertoon van een geldig legitimatiebewijs, de lidmaatschapskaart en een betalingsbewijs van het inschrijfgeld.

Het start- en eindpunt

Vanuit de Elfstedenhal gaan de rijders eerst te voet naar de Zwettehaven waar zij hun schaatsen zullen onderbinden. Vanuit Leeuwarden schaatsen zij opeenvolgend naar Sneek, IJlst, Sloten, Stavoren, Hindeloopen, Workum, Bolsward, Harlingen en Franeker, om te tocht af te sluiten in Dokkum.

Controleposten

In elk van de elf steden is een controlepost gesitueerd. Deze posten worden aangegeven met een knipperende pijl voorzien van een bord waarop vermeld staat: Controle 200 meter. Op elke controlepost is het dak voorzien van een Friese vlag en de Verenigingsvlag. Een deelnemer is verplicht zijn of haar controlekaart handmatig en persoonlijk te overhandigen bij de controlepost.

Naast de duidelijk aangegeven controleposten, zijn er diverse geheime controleposten aanwezig op de route. Deze posten worden wederom aangegeven met een knipperende pijl. Ditmaal zal op het bord te lezen zijn: Geheime controle 200 meter. Ook op het dak van de geheime controleposten staat zowel de Verenigingsvlag als de Friese vlag.

De uitrusting deel 2

Het frame

Het frame van een speed skate is licht van gewicht en hebben doorgaans geen rem. Een rem zou enkel in de weg kunnen zitten en voor meer gewicht zorgen.

De meeste frames geven de gebruiker de keuze om qua setup voor drie of vier wielen te kiezen. Zo is het naar gelang en voorkeur te wijzigen door de beoefenaar.

Het lage middelpunt van het frame helpt mee aan de controle over de skate. Tevens biedt dit de mogelijkheid om diverse skate technieken te hanteren.

Bescherming

Gezien het presteren en snelheid maken het grootste doel is van speed skaten, is de bescherming voor de beoefenaar dun en licht. Niettemin is het van groot belang om het te dragen. Immers, kom je ten val tijdens een rit in volle snelheid, dan kan goede bescherming je een hoop leed besparen.

Basis bescherming zou op zijn minst een goed zittende helm, knie- en elleboogbeschermers en polsbeschermers moeten zijn.

Helm

Tijdens officiële toertochten is het dragen van een helm sowieso verplicht, maar daarbuiten is het eveneens een niet te missen deel van de uitrusting van een speed skater. De snelheden van een inline-skater kunnen oplopen tot wel 30 kilometer per uur. Een val op of tegen het hoofd kan dus uiterst gevaarlijk zijn!

Let bij het kopen van een helm altijd op de volgende dingen:

  • Koop de helm bij een erkende skate- of wielerwinkel.
  • Zorg voor de juiste pasvorm van de helm.
  • Koop er een welke geschikt is voor je leeftijd.
  • Voor het comfort is een helm met luchtgaten zeer aan te raden.

Daarnaast moet de helm altijd vervangen worden na een harde val op je hoofd! Er kunnen minuscule scheurtjes in het kunststof zijn ontstaan, welke de schokabsorberende werking van de helm flink kunnen aantasten.

Knie- en elleboogbeschermers

Bezuinig niet op je bescherming en ga, net als bij de helm, voor goed passende en comfortabele knie- en elleboogbeschermers. Hoewel gevorderde skaters vaak geen knie- en elleboogbescherming dragen omdat dit de bewegingsvrijheid te veel beperkt, is dit zeker niet aan te raden voor een recreatieve inline-skater. Uiteraard blijft dit altijd een persoonlijke keuze en moet men doen waar hij of zij zich goed bij voelt.

Polsbeschermers

Iemand die valt, vangt zich doorgaans op met zijn handen. Zo ook een inline-skater. Polsbeschermers helpen niet alleen het breken van de polsen te voorkomen, maar ook schaafwonden aan de binnenkant van de handen zullen minder snel ontstaan na een val.

Kinderfeest op schaatsen of skeelers

Schaatsen hoort echt bij de Nederlandse cultuur en wordt meestal al jong geleerd. De afgelopen jaren zijn de winters echter veel minder streng waardoor het meer uitzondering dan regel is dat er in de winter op natuurijs geschaatst kan worden. Hierdoor is schaatsen een bijzondere bezigheid geworden die zeer geschikt is voor een kinderfeestje.

Er is een ruime keuze in Nederland aan indoor schaatsbanen waar de mogelijkheid bestaat om een kinderfeestje te organiseren. Het is zelfs mogelijk om een ijspretpark te bezoeken waar er naast een schaatsbaan ook glijbanen en klimtoestellen zijn en de activiteiten zowel binnen als buiten plaatsvinden. Bij een indoor schaatsbaan kan alles tegen betaling geregeld worden zodat je zelf als ouder alleen hoeft te zorgen dat de kinderen er op de afgesproken tijd zijn. De invulling van het kinderfeest is uiteraard afhankelijk van de leeftijd van de kinderen. Schaatsen kan gecombineerd worden met bijvoorbeeld bounceball maar er kan ook gekozen worden voor een disco avond op schaatsen.

Wanneer de kinderen nog erg jong zijn en niet of nauwelijks kunnen schaatsen, kan een gezamenlijke schaatsles een leuk idee zijn voor een feestje. Aangezien er bij een schaatsbaan schaatsen in alle maten te huur zijn, hoeven de kinderen zelf geen schaatsen te hebben.

Wanneer je kind in de winter jarig is dan is de kans groot dat er ergens in de buurt buiten een schaatsbaan met kunstijs is gemaakt. Hier is dan in de regel geen begeleiding bij aanwezig dus de kinderen moeten dan wel al redelijk kunnen schaatsen. Deze schaatsbanen zijn meestal erg gezellig gemaakt met muziek en kraampjes waar wat gegeten en gedronken kan worden.

Skeeleren is ook erg populair bij kinderen van verschillende leeftijden. Met name voor jongens is een skeelerfeestje waarbij er stunts worden geleerd erg stoer. Er zijn ook skeelerparty’s met discomuziek waarbij de kinderen over de baan heen zwieren. Voor skeelers en knie- en elleboogbeschermers wordt gezorgd.

Wil je liever het feest thuis houden dan behoort het tot de mogelijkheden om een professionele skeelerbegeleider bij je thuis te laten komen. Op die manier kun je zelf voor de versiering, Je Eigen Taart en drankjes verzorgen.

In een groot aantal gemeenteparken zijn skeeler parcoursen aangelegd waar tieners die al kunnen skeeleren een hele leuke middag kunnen beleven. Een skeelerfeestje kun je dan combineren met een gezellige picknick in het park. Hiervoor moet er wel zelf gezorgd worden voor skeelers en bescherming tenzij je een begeleiding inhuurt die daar zorg voor draagt. Indien niet alle kinderen eigen skeelers hebben dan is het nodig om van te voren te informeren naar de juiste maten zodat deze op tijd gehuurd kunnen worden.

Met schaatsen en skeeleren kunnen de kinderen samen ontzettend veel lol hebben en zijn ze tegelijkertijd sportief bezig.

Schaatstermen – deel 2

Omhoog komen

Met omhoog komen wordt het verlaten van de diepe schaatszit bedoeld.

Punteren

Wanneer een zijwaartse afzet te ver naar achteren is gericht. Hierdoor eindigt de afzet op de punt van de schaats.

Recht op de schaats rijden

Wanneer het heupgewricht, kniegewricht en enkelgewricht zich tijdens de afzet in één vlak bevinden wordt dit “recht op de schaats rijden” bedoeld. Anders gezegd: Gedurende de gehele afzet knikt de schaatsers niet door zijn enkelgewricht. Deze term wekt de indruk dat de schaats zelf tijdens de glijfase loodrecht op het ijs moet staan. Dit is echter niet het geval.

Met vleugeltjes rijden

Met de armen op de rug schaatsen, waarbij de ellebogen opgetrokken zijn. Dit heeft als gevolg een holle rug, en is dus in tegenstelling tot de kattenrug ongunstig.

Steppen

Wanneer in een te vroeg stadium teveel lichaamsgewicht overgebracht wordt van het strekbeen naar het inzetbeen. Hierdoor wordt de strekking van het afzetbeen een soort stepbeweging. Dit is niet efficiënt omdat de druk te vroeg van de schaats wordt gehaald.

De voetzool laten zien

Tijdens de ontspannen toestand van het bijhaalbeen, staat het schaatsijzer van de schaats loodrecht op het ijs. Op deze manier wordt de voetzool zichtbaar.