Organisatie en wedstrijdreglementen

De ijsbaan

Langebaanwedstrijden

Er zijn verschillende soorten kunstijsbanen als het gaat om langebaanwedstrijden. Allereerst is er de onderverdeling tussen overdekte kunstijsbanen en half overdekte kunstijsbanen met een opening in het midden.

Daarnaast zijn er ijsbanen met verschillende afmetingen in lengte. Hoewel de meeste langebaanwedstrijden gereden worden op een 400-meterijsbaan, zijn er ook ijsbanen van 330 meter waarop deze wedstrijden worden gereden.

De 400-meterijsbaan bestaat uit twee bochten en twee rechte stukken. Zowel elk recht stuk als elke bocht is 100 meter lang, wat in totaal dus uitkomt op 400 meter.

Kortebaan supersprint

Bij de kortebaan supersprint bedraagt de lengte van de wedstrijdbaan op natuurijs 160 meter voor de heren en 140 voor de dames. Aan allebei de uiteinden van de wedstrijdbaan moet minimaal 40 meter uitloop aanwezig zijn.

De afscheiding van de separate wedstrijdbanen wordt gevormd door verplaatsbare blokjes of een sneeuwrand. De afstand tussen de blokjes behoort 10 meter te zijn.

Met kleurstof zichtbaar gemaakte krassen of lijnen op het ijs geven de start en finish aan. Deze strepen staan altijd loodrecht op de wedstrijdbaan. Ook wordt de laatste 5 meter van de wedstrijdbaan duidelijk aangegeven, met een onderverdeling in halve meters.

Het speedskate parcours

Elke sport kent zijn eigen wedstrijdreglement, zo ook speedskaten. Het wedstrijdreglement is een zeer uitgebreide opsomming van alle regels en eisen waaraan een wedstrijd, het materieel en het parcours moeten voldoen. Hieronder volgen een aantal basis regels voor het parcours van een inline-skatewedstrijd.

Het parcours

Het parcours waarop de wedstrijd gereden word kan zowel een baan, een weg of een marathonparcours zijn. Een marathonparcours en een weg kunnen zowel gesloten als open zijn. De wedstrijdbaan wordt altijd gemeten langs de binnenkant van de baan.

Veiligheidszone

Er wordt een twee meter brede (geteld vanaf de binnenkant van het parcours) veiligheidszone aangehouden. Deze zone moet vrij zijn van obstakels welke een mogelijk gevaar zouden kunnen opleveren voor de rijders.

Coach vak

Naast het parcours is een afgebakend gebied gereserveerd speciaal voor de coaches. Op deze manier kunnen zij tijdens de wedstrijd communiceren met de rijders. Het coach vak bevindt zich altijd in de hoek, voor het rechte eind aan de kant van de finish.

De startlijn

De startlijn is een witte lijn van vijf centimeter breed en mag zich nooit bevinden in een bocht. Bij de 100, 200 en 300 meter tijdritten is er een extra onderbroken streep getrokken, welke zich 50 centimeter voor de startlijn bevindt.

Koninklijke Nederlandse Schaatsenrijders Bond

KNSB

De KNSB is de overkoepelende Nederlandse organisatie waaronder de sporten inline-skaten, kortebaanschaatsen, kunstschaatsen, langebaanschaatsen, marathonschaatsen, toerschaatsen, schoonrijden en shorttrack vallen. De bond behartigt de belangen van alle eerder genoemde sporten bij de ISU en NOC NSF.

Oprichting

De KNSB is opgericht op 17 september 1882 in het Odeon in Amsterdam als initiatief van verschillende ijsclubs en ijsverenigingen. Het doel voor het oprichten van de KNSB was ten eerste om het schaatsenrijden aan te moedigen en bevorderen. Daarnaast was het organiseren van en deelnemen aan internationale wedstrijden een belangrijk streven.

Tot december 2012 was het hoofdkantoor van de KNSB gevestigd in Amersfoort. Daarna verhuisde het naar Overvecht, alwaar de medewerkers van de KNSB hun werkplek betrokken bij de verbouwde Utrechtse schaatsbaan “de Vechtsebanen.”

In het najaar van 1922 heeft de KNSB uit handen van Hare Majesteit de Koningin Wilhelmina, de erenaam “Koninklijk” verkregen. Dit was ter ere van het 40-jarige bestaan.

Op 24 augustus 2011 kreeg de KNSB, uit handen van toenmalig burgemeester Lucas Bolsius van Amersfoort, een document namens Hare Majesteit de Koningin Beatrix. Hierin werd toegezegd dat de bond in ieder geval tot 2036 de titel “Koninklijk” mag blijven dragen.

Gewesten

De KNSB kent acht gewesten, te noemen: Groningen, Gelderland, Friesland, Noord-Holland/Utrecht, Drenthe, Zuid-Holland, Overijssel en Noord-Brabant/Limburg/Zeeland.

Deze gewesten moeten zich aan de gestelde regels van de KNSB houden. Ze staan echter niet direct onder de leiden van de bond.

Secties

Binnen de KNSB bestaan 8 verschillende secties, welke de diverse takken van sport behelzen. Elke sectie heeft een eigen sectiebestuur aan het hoofd, welke de verantwoordelijkheid draagt over het goed verlopen van alle wedstrijdactiviteiten binnen deze betreffende discipline.

Doping in de schaatssport

Lang werd aangenomen dat doping binnen de schaatswereld weinig tot niet voorkwam. Het werd altijd meer gezien als iets dat vooral voorkwam binnen de wielersport en atletiek. Niets blijkt echter minder waar. Daarom een korte opsomming van de meest gebruikte dopingsoorten binnen de schaatssport.

EPO

Binnen de wielersport deed rond 1990 het gebruik van EPO zijn intrede. Het is een hormoon dat de aanmaak van rode bloedcellen stimuleert, waardoor het de prestatie bevordert.

Bekende namen binnen de schaatssport welke gepakt zijn op het gebruik van EPO zijn onder andere oud-marathonschaatser Thom van Beek en de Rus Dmitri Sjepel

Groeihormonen

Groeihormonen als anabole steroïden, ook wel anabole androgene steroïden genoemd, waren voornamelijk in de jaren zeventig en tachtig een veelgebruikte vorm van doping. Het zijn synthetische steroïden, welke afgeleid zijn van testosteron, het mannelijk geslachtshormoon.

Er zijn twee verschillende uitwerking van anabolen. Ten eerste zijn er anabolen welke zich binden aan de androgene ontvanger in een spiercel. Nadat ze gebonden zijn gaan ze over tot het omzetten van eiwitten, wat zorgt voor het vergroten van de spiermassa.

De andere soort bindt zich niet of nauwelijks aan de receptor, maar is in staat het afbreken van spiermassa te voorkomen wanneer het lichaam de stof glutamine wil onttrekken aan de spieren.